Lemniscaat
De lemniscaat die ik in mijn vorige bijdrage beschreef is klaar.
Ik heb er wat dingen aan veranderd. Dat gebeurt meestal tijdens het maken. Om een of andere reden vind ik het dan pas echt goed, als ik er iets aan verander. Nu zijn de twee "ogen" hemelsblauw geworden. Die twee punten zijn de centra van waaruit de lemniscaat geldig is. Net zoiets als het middelpunt van een cirkel dat is.
Hij is klaar en zo eenvoudig als denkbaar, en toch zoveel meer als een lemniscaat sec. Meer of minder zou volgens mij niet mogen.
Het glas eromheen is glas met een patroon van ijsbloemen. Dat laat de achtergrond compleet vervagen en laat de blik zich concentreren op waar het om gaat.

De lemniscaat is niet alleen een meetkundig-wiskundig grapje: het is een van de belangrijkste symbolen. Het symboliseert de oneindigheid. De beweging door de liggende acht heen heeft nergens een begin of een einde. Dat is net als bij een cirkel. Hier is die oneindige beweging echter de beweging rond twéé polen. Twee identieke polen en tegenpolen. Alles wat er is, in ons leven, is daaraan onderhevig, aan de polariteit.
Er is niets tijdens ons leven dat geen aspect van polariteit heeft, van goed of slecht, van koud of warm , van positief en negatief.
Er is daardoor ook niets wat goed is zonder dat het slechte er ook is. Het goede bestaat bij de gratie van het slechte. En andersom.